De 4 mei rede van Bas Stigter

De 4 mei rede van Bas Stigter
Ik kwam laatst een foto tegen en ik wil u graag meenemen naar het verhaal achter de foto.
Het is een foto van een groepje schoolkinderen, genomen op de binnenplaats van een school. Een kleine school, kleiner dan deze oude school die hiernaast staat, maar toch: 22 kinderen kijken allemaal op hun eigen manier in de lens van de fotograaf.
Het is een oude zwart/wit foto. Drie rijen kinderen. Op de voorste rij zitten de jongste kinderen op de grond, ze zijn nog geen 6 jaar. Op de middelste rij zitten de kinderen op stoelen en op de achterste rij staan de grootste kinderen. Op het eerste gezicht een foto zoals elke groepsfoto met kinderen. Er staan jongens en meisjes op. Ernstig kijkende kinderen, maar ook kinderen die onbevangen de lens in kijken en lachende kinderen met al of niet netjes gekamde haren. Gewoon kinderen, kinderen met blond haar en kinderen met donker haar
’t Zijn Nederlandse kinderen, de foto is genomen hier vlakbij in Deventer, maar er staan ook asielzoekerskinderen op. Dat zie je niet op de foto, dat het asielzoekerskinderen zijn, maar dat hoorde ik achteraf van mensen die dat hebben uitgezocht. Die asielzoekerskinderen kwamen uit Duitsland. Ze waren hierheen gevlucht voor het geweld van de Nazi’s, omdat ze Joods waren.
Maar hoe hard ze ook waren gevlucht, ze werden in Nederland ingehaald door datzelfde geweld dat hen deed vluchten.
Zoals gezegd, het is een oude zwart wit foto die op 12/13 september 1942 werd genomen vlakbij de synagoge in Deventer. En als je goed kijkt zie je dat de meeste kinderen op de foto een Jodenster dragen. Die ster waren Joden in de oorlog vanaf hun 6e jaar verplicht om te dragen. De jongste kinderen op de foto die op de voorste rij op de grond zitten dragen geen ster. Zij moeten dus  jonger dan 6 jaar zijn geweest.
Zo’n ster was niet bedoeld als onderscheiding waar je trots op kon zijn. Het was geen soort medaille van verdienste, maar juist een stigma, een brandmerk dat jou als minder minder mens bestempelde. “Dit zijn geen kinderen, dit zijn Joden en Joden zijn ongewenst,” dat wilde zo’n ster in die tijd zeggen. “Deze mensen horen niet bij ons, zijn niet als ons, worden niet als ons, ook al wonen en leven ze hier al eeuwen.” “Er komen er te veel, ze zijn een plaag, een tsunami aan ellende.”
Nazi’s en haatzaaiers kwamen vuile woorden te kort om medemensen te typeren. “Wij zorgen voor minder, minder van dat soort mensen!” Die taal hoor je wel vaker, ook nu. Die ster zette mensen apart en daarmee werd het lot van deze kinderen bezegeld. Met het oog op hen zullen er bestaande ongrondwettelijke plannen uit de koelkast worden gehaald die ten koste van hen ten uitvoer zullen worden gebracht.
Op de Wannsee Konferenz in Berlijn, begin 1942, waren die plannen om alle Joden te vernietigen al bedacht en uitgewerkt. Daar werden de handtekeningen voor hun dood al gezet.
Dat zeg ik allemaal met de kennis van nu. Die kinderen op de foto hadden toen waarschijnlijk nog geen flauw benul van wat hun te wachten stond, maar nu weten we dat die ster op hun kleding de vooraankondiging is van een gruwelijke geschiedenis die zal volgen. Op één na zijn alle kinderen vermoord.
Van 22 kinderen op de foto heeft maar één kind de oorlog overleefd. De rest niet. De ouders van dat éne kind moeten dat vreselijke hebben voorvoeld en lieten hun kind onderduiken. Ze gaven het weg aan voor hen vreemde mensen die het kind zouden redden. Zeiden ze. Dat is wat: Je kind weggeven aan vreemden met de gedachte dat het anders wel vermoord zal worden! Maar alle andere kinderen op die foto zijn dus vermoord in de speciaal daarvoor gebouwde slachthuizen waar ze keurig met de trein (in veewagons) naar toe werden gebracht.  Het ging om miljoenen vermoordde mensen, oud en jong.
“Je had het kunnen weten, maar ja, zo’n vaart zal het toch niet lopen, zo erg zal het toch niet worden? “Dachten velen.
Met de kennis van nu vind ik het een vreselijke foto, niet omdat de kwaliteit van de foto niet zou deugen, maar omdat die foto mij een vreselijke geschiedenis laat zien. Wanneer het gesprek geschreeuw wordt, mensen elkaar als oud vuil behandelen en elkaar zien als een vervelend probleem dat opgelost moet worden wordt het eng. Wie haat zaaien zullen dood oogsten.
Op die foto staan 22 onschuldige kinderen die op één na gruwelijk fabrieksmatig zijn vermoord in Sobibor en Auschwitz. Dat kon mede gebeuren omdat mensen murw waren gemaakt met de boodschap dat Joden niet deugden. Dat blijft vreselijk, dat vraagt om te blijven gedenken.
Gedenken is voor mij stilstaan bij het vreselijke wat mensen toen is aangedaan door andere mensen. Gedenken is stilstaan wat toen mensen in Ugchelen, Apeldoorn, Deventer, mensen in heel Nederland is overkomen, stilstaan ook bij alle haat en moordlust, al het racisme en  de verkrachting van het recht, van alle recht.
Ik gedenk ook die mensen die weerstand durfden te bieden en werden uitgemaakt voor terroristen, extremisten, bolsjewisten of gewoon links tuig en daarom ook maar werden vermoord.
Maar gedenken is meer: Gedenken is nu hardop zeggen Wat toen gebeurde kan niet en mag niet. Nooit. Niet in Amsterdam, niet in Deventer, niet in het Apeldoornse Bosch toen, maar ook niet in Be’eri  en Re’im en vervolgens uit wraak op nog grotere schaal in Gaza nu. Van onschuldige kinderen, van onschuldige medemensen blijf je af. Altijd. Overal.
Het gedenken met deze foto in de hand vormt mijn ethisch oordeel: Slecht spreken over mensen, mensen in een hokje stoppen om hen vervolgens te verketteren leidt tot onoverzienbare ellende.   Het gedenken herinnert mij er dan ook aan vriendelijk met mensen om te gaan, alle mensen. Haat zaaien, losgaan op de medemens in nood, losgaan op de vluchteling en de vreemdeling, doe er niet aan mee. Jaag mensen niet in de hoek waar alleen nog maar klappen vallen. Plak mensen geen ster op. Doe wel, wees geen vloek voor mensen, maar een zegen.
terug